Histoire

Halle...- Préhistoire - Antiquité classique - Haut Moyen Age - Hoge Middeleeuwen - Nieuwe Tijden - Moderne Tijden - Hedendaagse Tijd - Wapenschild

Halle...

Le toponyme Halle provient du mot gemanique halha avec la signification virage dans les hautes terres. La plus ancienne source sur le village date de 1152 et mentione le nom Hallensis.

En françaos la ville s'appelait Hal, dans les temps anciens les toponymes utilisés étaient Halen, Hau et Hault (sur l'autel de Jehan Mone dans la basilique Saint-Martin). Dans le livre de l'écrivain espagnol Alonso Vásquez Los sucesos de Flandes y Francia, del tiempo de Alejandro Farnese de 1614, la ville était appelé Halla et Hao. Enfin, en italien elle s'appelait Hala.

 

Les frontières ont toujours joué un rôle décisif dans l'histoire de Halle. Située sur la frontière entre les langues germaniques et les langues romanes et également la frontière entre le Hainaut, le Brabant et la Flandre, la ville avait une importance stratégique. Jusqu'à la Révolution française, cette région dependait plus ou moins du Hainaut. Pendant l'occupation française, elle faisait partie du Département de la Dyle, qui devenait plus tard le Brabant, et encore plus tard le Brabant flamand.

 

Prehistoire

 

Que Halle étair déjà un hameaux à l'époque préhistorique est loin d'être imaginaire. Sur le site de la poste où se situatait l'hopitâl médiéval de St Eloi, des tessons de l'Age du Fer ont été retrouvés.

 

l'Antiquité classique

 

Lorsque les Romains conquirent ces provinces, la tribu des Nerviens y vivait. À ce jour, on ne sait pas avec certitude si les Nerviens étaient des Celtes germanisé ou des Germains "celtisé".

 

Moyen Age

 

(Sainte) Waltrudis, un membre important de la dynastie franque des Mérovingiens, avait son propre bien à Halle. Elle fait don de cette terre en 686 au chapitre de l'abbaye de Mons, qu'elle avait fondée en 661. Waltrudis a été canonisé après sa mort (688?) et enterré dans l'abbaye de Mons. Plus tard, par héritage successivement les comtes de Hainaut, les ducs de Bourgogne et les rois de Habsbourg, regnait sur Halle et ses environnements.

A la propriété de Halle appartenaient également une vaste forêt à l'est des collines de la ville, le Hallerbos. Parce qu'elle était si distant, les seigneurs du Hainaut cédaient la gestion de ce bois au chapitre de Bruxelles exigeant un tiers des produits reçus. Ensemble avec la forêt de Soignes, le Meerdaalwoud et Buggenhout-bos, le Hallerbos forme les derniers vestiges de la forêt de charbon de bois d'origine, une jungle qui, avant l'arrivée des Romains, s'étendait de la Senne à la vallée de la Meuse.

Une autre source mentionne que Saint-Hubert (évêque de Tongres et Liège, le saint patron des chasseurs), qui a commencé vers 705 son travail de conversion dans le Brabant, a inauguré en 727 une première église modeste à Halle quelques semaines avant qu'il ne meurt à Tervuren. Peut-être que cette église était déjà un lieu culte à Notre-Dame. Cela pourrait être déduit du fait que les architectes de la crypte dans le 14ème siècle, ont traité une souche d'arbre centenaire avec respect, peut-être parce que cet arbre a honoré la première statue de Marie? Que cet arbre est un témoignage d'un culte pré-chrétien, celtique de la fécondité?

 

Haut Moyen Age

Geleidelijk moet uit het oorspronkelijke landgoed een belangrijke leefgemeenschap zijn gegroeid, want in een keure uit 1225 verleent Johanna van Constantinopel, gravin van Vlaanderen én Henegouwen, stedelijke vrijheden aan Halle.

Het "wonderbeeld" van Onze-Lieve-Vrouw werd in 1267 aan de stad geschonken door Aleidis van Holland, dochter van Floris IV. In hun machtsstrijd tegen de hertogen van Brabant kwam het voor de graven van Henegouwen goed uit dat het grensstadje Halle aan belang won. Reeds in 1286 bestond er een rijkelijk begiftigde Mariakapel te Halle. Pausen en bisschoppen verleenden aflaten aan ieder die de bedevaartplaats bezocht. Vorsten als Edward I van Engeland en de Duitse keizer Lodewijk van Beieren vereerden Halle met een bezoek (beiden waren zwagers van graaf Willen II van Henegouwen).

Reeds in de eerste helft van de 14de eeuw waren de oude parochiekerk en de Mariakapel te klein geworden om de stroom bezoekers te verwerken en besloot men om een nieuwe, grote kerk te bouwen. In  1341 begonnen de werkzaamheden. In 1410 was de nieuwe kerk nagenoeg voltooid: op 25 februari werd ze ingewijd door Pierre d'Ailly, bisschop van Kamerijk, waaronder Henegouwen toen ressorteerde. Toch zullen de bouwwerkzaamheden aanhouden tot 1470.

Dat Filips de Stoute, hertog van Bourgondië, in 1404 te Halle overleed, was in feite een meevaller voor de reeds bloeiende bedevaartplaats. Sindsdien zullen alle Bourgondische hertogen, hun familieleden, raadsheren, opvolgers en andere regerende vorsten Halle bezoeken en er rijkelijke giften achterlaten. De toekomstige Franse koning Lodewijk XI liet in 1460 zijn vroeggestorven zoontje Joachim begraven in de Onze-Lieve-Vrouwkapel.

 

Nieuwe Tijden

De strategische ligging van Halle in het grensgebied tussen Henegouwen, Brabant en Vlaanderen zou echter ook geregeld voor problemen zorgen. Toen Maria van Bourgondië in 1482 overleed, keerden de grote Vlaamse en Brabantse steden zich tegen haar autoritaire echtgenoot Maximiliaan van Habsburg, die het moeilijk had met de stedelijke privileges. Zo ook het nabije Brussel. Als Henegouwse stad behoorde Halle echter tot het kamp van Maximiliaan. In 1489 belegerde een Brussels leger onder de leiding van Filips van Kleef tweemaal Halle, maar slaagde er niet in om de stad te veroveren.

Toen Karel V op weg was van het Iberische schiereiland naar het Heilig Roomse Rijk om zich tot keizer te laten kronen, heeft hij een omwegje over Halle gemaakt om de zwarte madonna te danken voor zijn verkiezing.

In de 16e eeuw bleef Halle relatief gespaard van de ergste godsdienstige troebelen en van de Beeldenstorm, maar in 1580 werd het nogmaals bedreigd door het nabije Brussel, waar Olivier van den Tympel door Willem de Zwijger aangesteld was tot militair gouverneur, met de bedoeling om de Spanjaarden te bestrijden in het Brabantse. In 1579, bij de ondertekening van de Unie van Atrecht, verkoos Henegouwen echter in het katholieke kamp te blijven, tot ergernis van het calvinistische Brussel. In 1580 probeerde Van den Tympel Halle tevergeefs met verrassingsaanvallen in te nemen, verzekerd van de rijke buit die daar in het bedevaartsoord op hem te wachten lag. Mislukte belegeringen en aanvallen in minder dan een eeuw tijd deden de legende ontstaan dat het miraculeuze Mariabeeld persoonlijk haar stad had beschermd. Ondanks de onrust in het land bleven de bedevaarders in Halle toestromen...

Vóór zijn huwelijk met zijn achternicht Isabella kwam aartshertog Albrecht van Oostenrijk op 13 juli 1598 eerst naar Halle, waar hij zijn kardinaalspurper aflegde op het hoofdaltaar van de kerk. Na hun machtsovername verbleven Albrecht en Isabella nog vaak in de stad. Met de steun van de aartshertogen kwamen ook de Jezuïeten in 1621 naar Halle: zij startten er met hun onderwijssysteem en hadden grote invloed op het religieuze leven.

In 1648 verpandde koning Filips IV van Spanje Halle en het Hallerbos aan de hertog van Arenberg, als onderpand voor een lening. Toen de koning zijn schuld niet kon aflossen, werd de hertog in 1655 heer van Halle en eigenaar van 2/3 van het bos. Het kapittel van Sint-Waltrudis bleef eigenaar van 1/3. Om een einde te maken aan eindeloze burenruzies lieten de eigenaars het bos in 1779 opmeten. Ze plaatsten 24 piramidevormige grenspalen met aan de ene kant het opschrift SW ("van Sint Waltrudis") en aan de andere kant AR ("voor Arenberg"). Daarvan staan er nog altijd negentien in het bos.

De oorlogen van Lodewijk XIV brachten de stad zware schade toe: de wallen werden gesloopt. Het economische leven kwijnde weg terwijl tijdens het Oostenrijkse bewind in de 18e eeuw de bedevaart levendig als voordien bleef.

 

Moderne Tijden

De Franse overheersing was een moeilijke periode: het gedachtegoed van de Franse Revolutie was niet bepaald heilzaam voor het religieuze leven in het algemeen en werd door de Hallenaren niet geapprecieerd. Het wonderbeeld en de kerkschatten ontsnapten ternauwernood aan de confiscatie, dankzij het initiatief en de inzet van enkele burgers. De Franse overheid ontbond het kapittel van Bergen: zo werden de hertogen van Arenberg de enige eigenaar van het Hallerbos. Het was toen nog maar 644 ha groot: de rest was gerooid om er landbouwgrond van te maken.

Toen de eredienst onder Napoleon Bonaparte weer werd hersteld, kon het beeld zijn vroegere plaats innemen. De bedevaarders vonden de weg naar Halle terug. Bij de Pinksterfeesten van 1805 zouden er 150.000 geteld zijn.

 

Hedendaagse Tijd

De traditie van vorstelijke bezoeken werd ook door het Belgisch koningshuis in ere gehouden: de koningsparen Boudewijn I en Fabiola en Albert II en Paola bezochten de stad. Na het huwelijk van kroonprins Filip en prinses Mathilde schonk het prinsenpaar het bruidsboeket van de prinses aan de kerk van Halle.

Als laatste blijk van hoge waardering van de Mariaverering in Halle verleende paus Pius XII in 1946 de Martinuskerk de eretitel verleende van "Onze-Lieve-Vrouwebasiliek".

Het huidige Halle ontstond bij de bestuurlijke hervorming van 1977 door samenvoeging van de opgeheven gelijknamige gemeente met Buizingen en Lembeek.

 

Wapenschild

Het eerste kwartier verwijst naar het Onze-Lieve-Vrouwbeeld, dat in 1267 geschonken werd door Aleidis van Holland (zuster van graaf Willem II van Holland, °1227, + 1256) , weduwe van Jan I van Avesnes, en moeder van Jan II van Avesnes, graven van Henegouwen, waartoe Halle op dat ogenblik behoorde. Jan II erfde in 1299 ook het graafschap Holland. Het Hollands huis stierf namelijk in 1299 uit, met de dood op vijftienjarige leeftijd van Jan I, en Holland kwam dan toe aan zijn groottante Aleidis.

Het tweede en derde kwartier is het Henegouws wapen, zoals dat gevoerd werd door Willem I, zoon van Jan II. Willem I (°1285-+1337) was graaf van 1304 tot aan zijn overlijden in 1337.

Het huis Avesnes droeg oorspronkelijk het wapen van Vlaanderen (in goud een leeuw van sabel, geklauwd en getongd van keel), maar Willem I voegde daar (1310-1337) het Hollands wapen, hetzij in goud een leeuw van keel, geklauwd en getongd van lazuur, aan toe. Zoals hoger aangestipt kwam Holland, vrij onverwacht, het huis van Henegouwen toe via zijn grootmoeder Aleidis.

De zoon van Willem I, Willem II, stierf kinderloos, in 1345 tijdens een veldtocht tegen de Friezen. De graafschappen Henegouwen en Holland, kwamen dan toe aan zijn tante, Margaretha, die gehuwd was met hertog Lodewijk IV van Beieren (in 1328 Duits keizer). Opnieuw werd het Henegouws wapen aangepast met de kleuren van Beieren in het eerste en vierde kwartier. Waarschijnlijk dateert deze Beierse toevoeging uit de regeerperiode van Willem III, zoon van Margaretha, hetzij na 1349. In Halle werd het Henegouws wapen niet verder gedeeld met Beieren, maar kwam het Beiers wapen in het vierde kwartier.

Het vierde kwartier verwijst bijgevolg naar deze Beierse alliantie.
Dit wapen kan bijgevolg ten vroegste dateren van het midden van de 14de eeuw. 

Facebook

Twitter

Flickr

Foursquare

Follow us on foursquare