Geschiedenis
Inleiding
Grenzen speelden in de geschiedenis van Halle een bepalende rol: tot de Franse Revolutie hing dit gebied in mindere of meerdere mate van Henegouwen af.
Tijdens de Franse overheersing maakte het deel uit van het Departement van de Dijle dat later Brabant en nog later Vlaams-Brabant werd.
Prehistorie
Dat er in Halle reeds in de prehistorie een nederzetting was, is verre van denkbeeldig. Op de plaats van de post waar vroeger het middeleeuwse Sint-Elooishospitaal stond, werden potscherven uit de Ijzertijd gevonden.
Klassieke Oudheid
Toen de Romeinen deze gewesten veroverden, leefde er de stam van de Nerviërs. Tot op heden weet men niet met zekerheid of de Nerviërs gegermaniseerde Kelten of "gekeltiseerde" Germanen waren.
Vroege Middeleeuwen
De (Heilige) Waltrudis, een belangrijk lid van de Frankische dynastie der Merovingers, bezat een eigengoed in Halle. Zij schonk dit landgoed in 686 aan het kapittel van de abdij van Bergen (Mons) dat zij in 661 had gesticht. Waltrudis werd na haar dood (688?) heilig verklaard en begraven in de abdij van Bergen. Door erfenissen kregen later achtereenvolgens de Graven van Henegouwen, de Hertogen van Bourgondië en de Habsburgse vorsten voogdijschap over Halle en omgeving.
Tot het landgoed van Halle behoorde ook een uitgestrekt bos op de heuvels ten oosten van de stad, het Hallerbos. Omdat het zo afgelegen was, lieten de Henegouwse landheren het beheer over aan het kapittel van Brussel dat daarvoor 1/3 van de opbrengst kreeg. Samen met het Zoniënwoud, het Meerdaalwoud en Buggenhout-bos vormt het Hallerbos de laatste resten van het oorspronkelijke Kolenwoud, een oerwoud dat zich vóór de komst van de Romeinen uitstrekte van de Zenne tot de Maasvallei.
Een andere bron vermeldt dat de heilige Hubertus (bisschop van Tongeren en Luik, de patroonheilige van de jagers), die omstreeks 705 zijn bekeringswerk in Brabant begonnen was, in 727 een eerste bescheiden kerkje te Halle heeft ingewijd, enkele weken vóór hij in Tervuren zou overlijden. Mogelijk was dit kerkje reeds een cultusplaats voor Onze-Lieve-Vrouw. Dat zou kunnen blijken uit het feit dat de bouwmeesters van de crypte in de 14e eeuw een eeuwenoude boomstronk met respect behandelden, misschien omdat op deze boom ooit het allereerste Mariabeeld prijkte? Of is deze boom een getuigenis van een vóórchristelijke, Keltische vruchtbaarheidscultus?
Hoge middeleeuwen
Geleidelijk moet uit het oorspronkelijke landgoed een belangrijke leefgemeenschap zijn gegroeid, want in een keure uit 1225 verleent Johanna van Constantinopel, gravin van Vlaanderen én Henegouwen, stedelijke vrijheden aan Halle.
Reeds in de eerste helft van de 14de eeuw waren de oude parochiekerk en de Mariakapel te klein geworden om de stroom bezoekers te verwerken en besloot men om een nieuwe, grote kerk te bouwen. In 1341 begonnen de werkzaamheden. In 1410 was de nieuwe kerk nagenoeg voltooid: op 25 februari werd ze ingewijd door Pierre d'Ailly, bisschop van Kamerijk, waaronder Henegouwen toen ressorteerde. Toch zullen de bouwwerkzaamheden aanhouden tot 1470.
Dat Filips de Stoute, hertog van Bourgondië, in 1404 te Halle overleed, was in feite een meevaller voor de reeds bloeiende bedevaartplaats. Sindsdien zullen alle Bourgondische hertogen, hun familieleden, raadsheren, opvolgers en andere regerende vorsten Halle bezoeken en er rijkelijke giften achterlaten. De toekomstige Franse koning Lodewijk XI liet in 1460 zijn vroeggestorven zoontje Joachim begraven in de Onze-Lieve-Vrouwkapel.
Nieuwe Tijden
De strategische ligging van Halle in het grensgebied tussen Henegouwen, Brabant en Vlaanderen zou echter ook geregeld voor problemen zorgen. Toen Maria van Bourgondië in 1482 overleed, keerden de grote Vlaamse en Brabantse steden zich tegen haar autoritaire echtgenoot Maximiliaan van Habsburg, die het moeilijk had met de stedelijke privileges. Zo ook het nabije Brussel. Als Henegouwse stad behoorde Halle echter tot het kamp van Maximiliaan. In 1489 belegerde een Brussels leger onder de leiding van Filips van Kleef tweemaal Halle, maar slaagde er niet in om de stad te veroveren.
Toen Karel V op weg was van het Iberische schiereiland naar het Heilig Roomse Rijk om zich tot keizer te laten kronen, heeft hij een omwegje over Halle gemaakt om de zwarte madonna te danken voor zijn verkiezing.
In de 16e eeuw bleef Halle relatief gespaard van de ergste godsdienstige troebelen en van de Beeldenstorm, maar in 1580 werd het nogmaals bedreigd door het nabije Brussel, waar Olivier van den Tympel door Willem de Zwijger aangesteld was tot militair gouverneur, met de bedoeling om de Spanjaarden te bestrijden in het Brabantse. In 1579, bij de ondertekening van de Unie van Atrecht, verkoos Henegouwen echter in het katholieke kamp te blijven, tot ergernis van het calvinistische Brussel. In 1580 probeerde Van den Tympel Halle tevergeefs met verrassingsaanvallen in te nemen, verzekerd van de rijke buit die daar in het bedevaartsoord op hem te wachten lag. Mislukte belegeringen en aanvallen in minder dan een eeuw tijd deden de legende ontstaan dat het miraculeuze Mariabeeld persoonlijk haar stad had beschermd. Ondanks de onrust in het land bleven de bedevaarders in Halle toestromen...
In 1648 verpandde koning Filips IV van Spanje Halle en het Hallerbos aan de hertog van Arenberg, als onderpand voor een lening. Toen de koning zijn schuld niet kon aflossen, werd de hertog in 1655 heer van Halle en eigenaar van 2/3 van het bos. Het kapittel van Sint-Waltrudis bleef eigenaar van 1/3. Om een einde te maken aan eindeloze burenruzies lieten de eigenaars het bos in 1779 opmeten. Ze plaatsten 24 piramidevormige grenspalen met aan de ene kant het opschrift SW ("van Sint Waltrudis") en aan de andere kant AR ("voor Arenberg"). Daarvan staan er nog altijd negentien in het bos.
Moderne Tijden
De Franse overheersing was een moeilijke periode: het gedachtegoed van de Franse Revolutie was niet bepaald heilzaam voor het religieuze leven in het algemeen en werd door de Hallenaren niet geapprecieerd. Het wonderbeeld en de kerkschatten ontsnapten ternauwernood aan de confiscatie, dankzij het initiatief en de inzet van enkele burgers. De Franse overheid ontbond het kapittel van Bergen: zo werden de hertogen van Arenberg de enige eigenaar van het Hallerbos. Het was toen nog maar 644 ha groot: de rest was gerooid om er landbouwgrond van te maken.
Toen de eredienst onder Napoleon Bonaparte weer werd hersteld, kon het beeld zijn vroegere plaats innemen. De bedevaarders vonden de weg naar Halle terug. Bij de Pinksterfeesten van 1805 zouden er 150.000 geteld zijn.
Hedendaagse Tijd
De traditie van vorstelijke bezoeken werd ook door het Belgisch koningshuis in ere gehouden: de koningsparen Boudewijn I en Fabiola en Albert II en Paola bezochten de stad. Na het huwelijk van kroonprins Filip en prinses Mathilde schonk het prinsenpaar het bruidsboeket van de prinses aan de kerk van Halle.
Als laatste blijk van hoge waardering van de Mariaverering in Halle verleende paus Pius XII in 1946 de Martinuskerk de eretitel verleende van "Onze-Lieve-Vrouwebasiliek".
Het huidige Halle ontstond bij de bestuurlijke hervorming van 1977 door samenvoeging van de opgeheven gelijknamige gemeente met Buizingen en Lembeek.
Wapenschild
Het eerste kwartier verwijst naar het Onze-Lieve-Vrouwbeeld, dat in 1267 geschonken werd door Aleidis van Holland (zuster van graaf Willem II van Holland, °1227, + 1256) , weduwe van Jan I van Avesnes, en moeder van Jan II van Avesnes, graven van Henegouwen, waartoe Halle op dat ogenblik behoorde. Jan II erfde in 1299 ook het graafschap Holland. Het Hollands huis stierf namelijk in 1299 uit, met de dood op vijftienjarige leeftijd van Jan I, en Holland kwam dan toe aan zijn groottante Aleidis.
Het tweede en derde kwartier is het Henegouws wapen, zoals dat gevoerd werd door Willem I, zoon van Jan II. Willem I (°1285-+1337) was graaf van 1304 tot aan zijn overlijden in 1337.
Het huis Avesnes droeg oorspronkelijk het wapen van Vlaanderen (in goud een leeuw van sabel, geklauwd en getongd van keel), maar Willem I voegde daar (1310-1337) het Hollands wapen, hetzij in goud een leeuw van keel, geklauwd en getongd van lazuur, aan toe. Zoals hoger aangestipt kwam Holland, vrij onverwacht, het huis van Henegouwen toe via zijn grootmoeder Aleidis.
De zoon van Willem I, Willem II, stierf kinderloos, in 1345 tijdens een veldtocht tegen de Friezen. De graafschappen Henegouwen en Holland, kwamen dan toe aan zijn tante, Margaretha, die gehuwd was met hertog Lodewijk IV van Beieren (in 1328 Duits keizer). Opnieuw werd het Henegouws wapen aangepast met de kleuren van Beieren in het eerste en vierde kwartier. Waarschijnlijk dateert deze Beierse toevoeging uit de regeerperiode van Willem III, zoon van Margaretha, hetzij na 1349. In Halle werd het Henegouws wapen niet verder gedeeld met Beieren, maar kwam het Beiers wapen in het vierde kwartier.
Het vierde kwartier verwijst bijgevolg naar deze Beierse alliantie.
Dit wapen kan bijgevolg ten vroegste dateren van het midden van de 14de eeuw.





